Raadpleeg de Kennisbank

Populaire categorieën: Bodem 1 | Bodem 2 | Bodem 3

Onderbouwing energievraag

U bent hier:

Achtergrond en aanleiding

Wezenlijk voor een goed ontwerp is het energievraagpatroon. Omdat het ontwerp en de temperatuurrepons van een bodemenergiesysteem sterk afhangt van de hoeveelheid energie die ermee wordt uitgewisseld is het energievraagpatroon van groot belang. Wat tenminste nodig is, is de hoeveelheid warmte en koude die per maand wordt toegevoegd en de thermische capaciteit van het systeem. Voor de hoeveelheid warmte kan nog een verder onderscheid worden gemaakt in ruimteverwarming en tapwaterbedrijf.

Het protocol 11001 stelt hierover:

Ontwerp een gesloten systeem dat afgestemd is op en integraal aansluit op het energieconcept van de bovengrondse installatie.

En eist dat er:
Rekening is gehouden met het vermogen voor verwarming (verdampervermogen warmtepomp), koelvermogen, duur van de pieklasten, jaarlijkse warmte- en koudevraag, temperatuurniveaus van het bodemenergiesysteem.

Waarbij naar protocol ISSO72 verwezen wordt. Volgens het ISSO72 protocol dient het benodigde vermogen bepaald te worden met behulp van de ISSO51.

Afgezien van een foute omschrijving van het warmtepompvermogen voor verwarming (dat moet het condensorvermogen zijn) is deze omschrijving wellicht niet voldoende duidelijk.

Om een gesloten bodemenergiesysteem te ontwerpen met de gebruikelijk ontwerptechnieken (Earth Energy Designer versie 3.16 of gelijkwaardig) is teminste nodig:

  • Warmtevraag in Mwh/maand of warmtevraag in Mwh/annum en relatieve verdeling over de maanden
  • Totale tapwatervraag in MWh/jaar(deze wordt gelijkelijk over de maanden verdeeld)
  • Koudevraag in MWh/maand of koudevraag in MWh/annum en relatieve verdeling over de maanden

Het energievraagpatroon wordt vertaald naar een netto vraag aan de bodem op basis van een SPF die de ontwerper opgeeft. De SPF wordt opgegeven voor verwarmingsbedrijf, tapwaterbedrijf en koelbedrijf. Indien de netto lasten aan de bodem uit een andere bron bekend zijn kunnen deze ook direct worden opgegeven.

Naast het energievraagpatroon moet een pieklast worden opgegeven. Hierbij moet men opletten, dit is het opgestelde warmtepompvermogen. Bij verwarmingsbedrijf wordt het condensorvermogen opgegeven, bij koelbedrijf het condensorvermogen (of het vermogen aan vrije koeling). Indien bij het energievraagpatroon is opgegeven dat het de netto energievraag aan de bodem betreft, dan moet ook hier de netto capaciteit worden ingevuld. Dat wil zeggen:

  • Bij totale energievraag de gebouwvraag opgegeven met SPF:
    • Pieklast verwarming is condensorvermogen
    • Pieklast koeling is verdampervermogen of passief koelvermogen
  • Bij totale energievraag de netto vraag aan de bodem opgegeven:
    • Pieklast verwarming is verdampervermogen
    • Pieklast koeling is condensorvermogen of passief koelvermogen + pompenergie.

Keuzemogelijkheden

Wat betreft het bepalen van het energievraagpatroon kunnen de volgende keuzes worden gemaakt:

A B C
Methode voor bepalen energievraagpatroon ISSO 51 ISSO 54 + Gevoeligheidsanalyse

Tabel 1: Mogelijke methoden bepalen energievraagpatroon.

Als derde mogelijkheid is gegeven het uitvoeren van een standaadberekening (ISSO 54) met daarbij een gevoeligheidsanalyse voor belangrijke parameters zoals interne lasten e.d.

Was de informatie op deze pagina waardevol?
0 out Of 5 Stars
5 Sterren 0%
4 Sterren 0%
3 Sterren 0%
2 Sterren 0%
1 Sterren 0%
How can we improve this article?
Inhoudsopgave